Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader toonen dat ik wel in staat ben alleen een karavaan door alle gevaren en moeilijkheden van den weg te geleiden.

Deze gevaren schilderde de gezant mij nu als dreigend genoeg af, doch het was alles in den wind gesproken. Eindelijk verliet hij mij, uiterst verbitterd: hij waschte zijn handen in onschuld; ik zou zelf de gevolgen mijner dwaasheid moeten dragen.

Het was mij alsof ik van een groote last bevrijd was. Nu kon ik mij geheel aan mijn liefde overgeven. In deze zalige bewustheid sliep ik vast in en ontwaakte eerst toen het tijd was om ons naar het terras te begeven, waar onze beminden ons wachten.

Nacht op nacht troffen wij elkaar daar nu aan en bij iedere samenkomst ontdekten wij nieuwe schatten in onze wederzijdsche genegenheid en droegen een nog grooter verlangen naar het wederzien met ons mede. Het maanlicht scheen meer zilver, het marmer koeler, de geur der dubbeljasmijnen bedwelmender, het suizen der palmen droomverwekkender en het onrustige fluisteren der acokaboomen meer belovende dan ergens op aarde. O, hoe duidelijk herinner ik mij die heerlijke acokaboomen, die langs het geheele terras stonden en waaronder wij zoo menigmaal met de armen om eikaars hals hadden gewandeld. Naar deze boomen *werd de plek genoemd „het terras der zorgeloozen," want de acoka wordt door de dichters genoemd de „zorgelooze boom," ook „gemoedsrust"; nergens heb ik ze zoo schoon opgegroeid gezien als daar. De spitsgevormde, onrustige bladeren glinsterden in het maanlicht en fluis-

Sluiten