Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen dragen op gindschen zilveren stroom. Dan zou de Olifantsstad weder uit haar puinhoopen herrijzen, de schitterende paleizen weder weerklinken van drinkgelag en strijd der dobbelsteenspelers.

Kurukshetras zand zou zijn dooden teruggeven. Dan zou de gevreesde grijsaard Bhishma van afzijn hoogen wagen zijn gladde pijlen op zijn vijanden laten regenen; de dappere Phagadatta voorwaarts stormen op zijn berghoogen, razenden olifant ; de sluwe Krishna Arjunas witte vierspan in het heetste strijdgewoel jagen. O, hoe heb ik den gezant niet benijd dat hij de krijgsliedenkasteL toebehoorde, toen hij mij vertelde dat zijn voorvaderen hadden deelgenomen aan dien onvergetelijken slag! Toch deed ik daar dwaas aan. Want immers niet alleen in de geslachten zijn voorvaders maar wij zijn zelf onze eigen voorvaders. Waar was ik toen? Wellicht juist daar, onder de strijdenden. Want hoewel een koopmanszoon zijnde, is de behandeling der wapens toch steeds mijn grootste genoegen geweest en ik durf te zeggen dat ik met het zwaard in de hand het tegen den beste kan opnemen.

Vurig omhelsde mij Vasitthi en noemde mij haar held. Voorzeker was ik een dier dappere strijders geweest, die nog in de zangen voortleven. Welke konden wij niet weten, daar de geur van den koraalboom wel niet de heerlijke lucht der zorgelooze boomen zou kunnen verdringen.

Ik vroeg haar wat dit dan voor geur moest zijn, daar ik er nooit over had hooren spreken — evenals het mij bovendien voorkwam dat nagenoeg alles, zelfs

Sluiten