Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij de uiterste stilte in acht hadden genomen, moet toch het een of ander geluid hun argwaan hebben opgewekt. Want de verwachte blinde uitval volgde niet. Daarentegen zag ik eensklaps een smalle lichtstreep op den rotswand en bemerkte dat deze stralen kwamen van een licht, dat uit een voorzichtig geopende lantaren zichtbaar werd, waarnaast zich een neus vol wratten en een dichtgeknepen oog vertoonde.

Daar ik de bamboesrotting, met welks hulp ik op het terras was geklauterd, gelukkig nog in mijn linkerhand had, stootte ik dadelijk toe. Een luide schreeuw, het verdwijnen van het licht en het kletteren en rinkelen der vallende lantaren getuigden hoe goed ik getroffen had.

Nu zagen wij de kans schoon om weg te loopen, in de richting van waar we gekomen waren. Wij wisten dat hier de kloof smaller was en tamelijk steil naar boven liep, zoodat wij eindelijk zonder al te groote moeite op de hoogte konden komen. Toch was het een groot geluk dat onze aanvallers wegens de volkomen duisternis in de kloof al spoedig de vervolging hadden gestaakt, want bij de laatste opstijging dreigden mijn krachten mij te begeven en voelde ik dat ik hevig bloedde uit verscheidene wonden. Ook mijn vriend was gewond, hoewel in geringere mate.

Zoodra wij de kloof uit waren, sneden wij mijn mantel aan stukken om, zoo goed we het vermochten, onze wonden te verbinden; zoodoende kwam ik eindelijk tehuis, gesteund op den arm van Somadatta en moest nu verscheidene weken op het ziekbed doorbrengen.

Daar lag ik dan, geplaagd door een drievoudig lijden.

Sluiten