Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vijand Satagira zou blijven. Maar reeds na een tocht van enkele uren het ik halt houden in een groot dorp, waar ik mijn karavaan haar nachtkwartier liet opslaan, tot niet geringe vreugde van mijn volk. Zelf besteeg ik een versch paard en gehuld in een grijzen mantel die een mijner bedienden toebehoorde, reed ik denzelfden weg terug, in de richting van Kosambi.

" Toen ik het Sinsapabosch bereikte, was het reeds volkomen duister geworden en terwijl ik voorzichtig mijn paard tusschen de stammen door het gaan, werd ik als tot verwelkoming begroet door den heerlijken geur der nachtlotussen in den ouden Krishnavijver. Weldra teekende het half ingestorte, met talrijke beeldhouwwerken versierde tempeldak zijn spitse en grillige vormen tegen den van sterren fonkelden hemel af, en nauwelijks was ik afgestegen of mijn vrienden waren bij mij.

Met een kreet van verrukking vielen Vasitthi en ik elkaar in de armen, half bewusteloos van vreugde over het wederzien; ik herinner me van dat oógenblik nog slechts liefkozingen, onsamenhangende uitroepen en eeden van trouw — totdat ik eensklaps opschrikte door het onverwachte gevoel van een zachten vleugelslag tegen mijn wang, waarbij tegelijk het geschreeuw van een uil en de klank eener gebarsten klok mij geheel uit mijn liefdedroom wekte.

Het was Medini, die aan het touw van de oude bidklok had getrokken en daardoor den uil verjaagd had uit de nis, waar hij zijn verblijf hield. Het goedhartige meisje had dit niet zoozeer gedaan om de heilige vrouw

Sluiten