Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien, zoo willen we elkaar toch trouw blijven en wanneer dit korte, zorgvolle aardsche bestaan voorbij is, willen wij elkaar terugvinden in het Paradijs en aldaar vereenigd, zullen wij voor eeuwig de hemelsche zaligheid genieten. O, Kamanita! beloof mij dit — hoeveel te meer dan troostwoorden zou mij dit steun geven! Want deze zijn ten opzichte van den onvermijdelijken, steeds voorwaarts bruisenden stroom van het noodlot even machteloos als het riet ten opzichte van den waterval. Maar almachtig, een schepper van nieuw leven is het heilige, vaste besluit.

— Wanneer het daar slechts op aankomt, geliefde Vasitti — waarom zouden wij elkaar dan niet overal terugvinden? Maar laat ons hopen dat het nog in deze wereld zal zijn.

— Hier is alles onbestendig; zelfs het oógenblik waarin wij spreken, behoort ons niet langer, — maar zoo is het niet in het Paradijs.

— Ach, Vasitthi, zuchtte ik; bestaat er een Paradijs, en waar ligt het?

— Waar de zon ondergaat, sprak zij met innige overtuiging, ligt het grenzenlooze Paradijs des lichts en alle vrome en rechtgeloovige zielen, allen die den moed hebben het aardsche te verachten en hun gedachten te richten naar die plaats der zaligheid — aan hen is beschoren een reine wedergeboorte uit den schoot eener lotusbloem. Bij het eerste verlangen naar gindsch Paradijs, komt er in het heilige, kristalheldere meer een lotusknop te voorschijn; iedere reine gedachte, iedere edele daad doet hem zwellen; terwijl alle kwaad dat in ge-

Sluiten