Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ledige ruimte tusschen die kleine deeltjes, maar deze kan men geen schade doen vanwege haar leegte. Met niets te schaden staat dus gelijk met niet te schaden. Bij gevolg kan men door de ruimte te doorsnijden zich geen verantwoordelijkheid berokkenen, derhalve kan er ook geen goddelijke straf op volgen. En als zulks geldt voor moord, hoeveel te meer dan voor andere handelingen waarvoor door menschen een mindere straf wordt opgelegd.

Tot zoover het verstand: nu de schrift. De heilige Veda leert ons, dat de eenige, in waarheid bestaande, de hoogste godheid, Brahma is. Maar indien men dit voor waarheid aanneemt, is alle doodslag klaarbhjkelijk een volslagen dwaling. Dit zegt ook de Veda met duidelijke woorden ter plaatse waar de doodsgodYama den jeugdigen Naciketas over Brahma onderwijst en onder anderen zegt:

Hij, die doodt, meent dat hij doodt,

Hij, die gedood wordt, meent dat hij sterft —

Beiden dwalen. Noch doodt de een, noch sterft de ander.

Deze afgrondsdiepe waarheid wordt ons op nog overtuigender wijze geopenbaard in de heldenzangen over Krishna en Arjuna. Krishna namelijk, het onbestreden, Onstoffelijke, onvergankelijke, alomtegenwoordige, onnaspeurlijke wezen, de hoogste God, die tot verlossing van het menschdom zich als mensch had laten geboren worden — Krishna hielp in de laatste dagen van zijn wandeling op aarde den Pandavervorst, den hoog-

Sluiten