Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vreugde mijner ouders bij het wederzien was onbeschrijfelijk. Maar des te onmogelijker was het, hun bewilliging te krijgen voor een tweede reis naar Kosambi. Behalve het niet onbeduidende losgeld, was mijn vader immers ook al zijn waren, ossen, karren en bedienden kwijtgeraakt en daardoor in langen tijd niet in staat een nieuwe karavaan uit te rusten. Toch was dit beletsel nog gering in verhouding tot den angst die mijn ouders beving, bij de gedachte aan de gevaren van den weg. Bovendien kwam nu en dan een bericht over Angulimala's ontzettende bedrijven en ik moet toegeven dat ikzelf ook weinig lust gevoelde, een tweede maal in zijn handen te vallen. Al dien tijd was er geen mogelijkheid een bericht te zenden naar Kosambi en zoo moest ik mij maar tevreden stellen met herinneringen en in het vaste vertrouwen op Vasitthi, op een beteren tijd hopen.

En deze kwam ook eindelijk. Op een fraaien dag ging als een loopend vuur het bericht door de stad, dat de verschrikkelijke Angulimala verslagen was geworden door Satagira, den zoon van koning Udenas minister. De bende was gedeeltelijk in de pan gehakt, de overigen naar alle richtingen verspreid; de hoofdman zelf was met de meesten van zijn voornaamste roovers gevangengenomen en in Kosambi terechtgesteld.

Thans konden mijn ouders aan mijn dringende beden geen weerstand meer bieden. Er bestonden goederedenen, aan te nemen, dat de wegen nu voor een geruimen tijd weer veilig zouden zijn en mijn vader was dan ook niet ongenegen zijn geluk nog eenmaal te beproeven met

Sluiten