Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namelijk mijn oogen boeide. Ook thuis, te Ujjeni, had ik wel eens bij optochten fraai versierde olifantssnuiten gezien, maar nooit een zoo smaakvol als deze. Bij ons verdeelt men namelijk den geheelen snuit in vakken, die een schoon patroon vormen, maar daardoor wordt het geheel ook met verf bedekt. Hier daarentegen was de huid als ondergrond vrijgelaten en om den snuit, die op zichzelf aan een tak deed denken, was een los loofwerk van lancetvormige acokabladeren gevlochten, tusschen welke de gele, oranjekleurige en scharlakenroode bloemen schitterden — dit alles uitgevoerd in voortreffelijken, ornamentalen stijl.

Terwijl ik nu met kennersblik dit wonderwerk bestudeerde, overkwam mij een ongewoon weemoedig gevoel, waarbij het mij was alsof ik weder den liefdegeur dier zalige terrasnachten inademde. Mijn hart begon hevig te kloppen en onwillekeurig moest ik denken aan mijn eigen bruiloft, want welke versiering van het dier dat eenmaal Vasitthi zou dragen, kon wel zinrijker uitgedacht worden dan juist deze? daar immers het terras der zorgeloozen in heel Kosambi beroemd was.

In dezen bijna droomenden toestand hoorde ik hoe een vrouw naast mij tot een andere zeide:

— Maar de bruid ziet er toch in het geheel niet vroohjk uit. In gedachten keek ik op en een zeldzaam onheilspellend gevoel overkwam mij, toen ik de gedaante, die daar onder den purperen baldakijn zat, in het oog kreeg. Gedaante zeg ik — want wat het gelaat betreft, dit kon men niet onderscheiden, daar zij het hoofd voor-

Sluiten