Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neer ik mij in herinnering bracht, hoe zij bij den Krishnatempel met dien hemelschen blik mij eeuwige trouw had gezworen, dan kon ik niet begrijpen hoe het haar mogehjk had kunnen zijn, zoo spoedig daarna te hebben toegegeven, en onder bittere zuchten moest ik van zelf bekennen hoe -weinig men zich kan verlaten op den eed van een meisje.

En toch, telkens wanneer die gedaante, gebogen onder den diepsten kommer, mij weer voor den geest kwam, verdween onmiddelijk mijn gramschap om plaats te maken voor het innigste medelijden. Ik nam dan ook het vaste besluit, ten einde haar verdriet niet nog te vergrooten, haar onbekend te laten met mijn tegenwoordigheid in Kosambi. Nooit zou zij meer iets van mij hooren; zij zou dan wel moeten gelooven dat ik dood was en zich gaandeweg verzoenen met haar lot, dat in uiterlijken glans niets te wenschen scheen over te laten.

Een gunstige omstandigheid was het, dat mijn oude dienaar spoediger dan men verwacht zou hebben, onze waren voordeelig verkocht kreeg, zoodat ik reeds na verloop van eenige dagen op een vroeg morgenuur met mijn karavaan Kosambi kon verlaten. Zoodra ik buiten de westelijke poort was gekomen, keerde ik mij nog eens om, om een laatsten bhk te werpen op de stad binnen wier muren ik een zoo groot geluk genoten en zulk een diepe smart ondervonden had. Toen ik er eenige dagen geleden binnentrok, was ik zoodanig vervuld van ongeduldig verlangen, dat ik voor niets oogen had gehad. Daardoor kwam het, dat ik nu eerst ontdekte dat niet alleen de tinnen der poort, maar ook de randen

Sluiten