Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Angulimala boven de oostelijke poort. Een zeldzaam gevoel overkwam mij, bij de gedachte, hoe grondig hijzelf eens de verschillende soorten van doodstraffen had verklaard; vierendeelen, spietsen, onthoofden — en hoe breedvoerig hij er daarbij op gewezen had, dat een roover zich niet mag laten vangen en, indien hij toch gevangen wordt, op alle wijzen moet trachten te ontvluchten. Ach! wat had zijn wetenschap hem geholpen? Zoo weinig vermag de mensch zich aan zijn lot te onttrekken, dat toch slechts de vrucht is van zijn handelingen, hetzij ze behooren tot dit of tot een vroeger leven. En het was mij alsof hij mij door zijn ledige oogholten ernstig aanstaarde en alsof zijn halfgeopende mond mij toeriep: „Kamanita, Kamanita! Beschouw mij Oplettend en geef wel acht op dit gezicht! Ook jij, mijn zoon, bent geboren onder een roovergesternte; ook jij zult Kalis nachtelijke paden betreden en evenals ik hier zal jij ook eenmaal ergens eindigen."

Maar zonderling genoeg — deze phantasie, zoo levendig alsof ik ze werkelijk met mijn zinnen waarnam, vervulde mij geenszins met schrik en afgrijzen. Mijn vermeende, voorgeschreven rooverloopbaan, dien ik tot nog toe geen bepaalde gedachten had geschonken, stond nu eensklaps voor mij, niet alleen in een ernstig, maar ook in een aanlokkend licht.

Rooveraanvoerder! Wat kon ik, ellendige, mij beter wenschen? Want geen oógenblik twijfelde ik er aan, dat ik, met mijn vele eigenschappen en kundigheden, en voornamelijk die, welke ik aan den eerwaardigen Vajacravas te danken had, niet als vanzelf was aan-

Sluiten