Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maan, die groot en schitterend boven het verwijderde bosch opkwam — de verblijfplaats der roovers — haar licht in de open hal van den pottenbakker het schijnen en den gelen mantel van Buddha in zuiver goud ver^ anderde, alsof het de bekleeding van een godsbeeld was.

De Volmaakte, op wien de pelgrim, aangetrokken door dien glans en zonder te vermoeden wien hij voor had, zijn blikken vestigde, gaf met een langzame hoofdbeweging zijn instemming te kennen en zeide:

— Nog zie ik u, pelgrim, eerder op den weg naar een huiselijk leven dan naar dien der onzekerheid; ofschoon deze laatste weg zich waarlijk duidelijk genoeg voor u opende.

— Zoo is het, eerwaardige. Mijn verblinde oogen werden dien uitweg niet gewaar, maar zooals u zegt, ik ging tot de huiselijkheid over.

En na een diepen zucht vertelde de pelgrim met een frisscher en opgewekter stem zijn verdere lotgevallen op de volgende wijze.

DERTIENDE HOOFDSTUK. De vermaken in Ujjeni.

Zoo was ik dan weer in het vaderlijk huis te Ujjeni. Deze, mijn geboortestad, o vreemdeling, is inheellndië niet minder beroemd om haar vroolijkheid en schuimende levensvreugde, dan om haar schitterende paleizen

Sluiten