Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moed en een vijand van hun geslacht, en zij daarom onwülekeurig op hem losgestormd waren als een paar ichneumonen op een kobra.

— Bah, kale monnik, schaamtelooze bedelaar! — Kijk hem daar staan met zijn afgezakte schouders en neergeslagen oogen! — Vroomheid huichelt hij, de schijnheilige! Hij loert en snuffelt naar den vleeschketel — als een ezel die uit de kar gespannen, naar een hoop afval loert en snuffelt — bah, magere bedelzak, luie bedelaar, kale monnik!

Het voorwerp van dergelijke gezegden en scheldnamen, de wandelende asceet, een man van een opvallende hooge gestalte, bleef inmiddels volkomen kalm tegen den deurstijl geleund. Zijn mantel, die van een kanikarabloem gele kleur was, evenals de uwe, viel in schilderachtige plooien van zijn linker schouder naar beneden en liet mij zijn krachtigen lichaamsbouw raden. De slap neerhangende rechter arm was onbedekt en ik kon niet nalaten zijn machtig ontwikkelde spierbundels te bewonderen, die eerder het welverworven bezit van een krijgsman dan het gemakkelijk erfdeel van een asceet schenen te zijn. De van klei gebakken bedelnap kwam mij ook wonderlijk voor in zijn gespierde hand, waar een ijzeren knots beter op haar plaats ware geweest. Hij hield het hoofd gebogen, de oogen naar den grond geslagen en geen spier van zijn gelaat bewoog zich; ja, zoo onbeweeglijk stond hij daar, alsof een bekwaam kunstenaar het beeld van een wandelenden asceet in steen gebeiteld, het beschilderd en bekleed had, en ik het kunstwerk bij mijn poort had

Sluiten