Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na nog eenige zedenpreeken van de armoedigste soort hieraan toegevoegd te hebben, het hij mij gaan.

Alreeds onderweg bepeinsde ik wat mij nu te doen stond, daar ik thans op mijzelven aangewezen was. Onmiddehjk na mijn tehuiskomst het ik alle voorwerpen van waarde te voorschijn halen en op karren laden om ze in de stad in veib'gheid te brengen. Gehjktijdig voorzag ik al mijn bedienden van wapenen — ten gevolge van de voorgenomen karavaanreis waren er wapenen en karren genoeg. Doch met deze voorzorgsmaatregelen stelde ik mij niet tevreden. Het eerste wat mij nu te doen stond, was, vertrouwde bedienden de stad in te zenden ten einde aldaar eenige moedige en met de wapens bekende mannen voor den nacht te werven, onder belofte van een aanzienlijk loon. Voor ieder ander zou dit voorzeker een gevaarlijk waagstuk zijn geweest, want hoe licht kon dergelijk volk op het beshssende oógenblik niet gemeene zaak maken met de aanvallers! Maar ik rekende op zekere vriendinnen, die mijn bedienden wel eenige vechtersbazen aan de hand zouden kunnen doen, op wie men vertrouwen kon; namelijk dezulken, die wel tot alles in staat zijn, doch voor wie toch de afgelegde eed en de aangenomen handpenningen nog heilig zijn. En daar ik met dat soort van lieden bekend was, wist ik wat ik deed.

Aangezien ik onder deze voorbereidselen zelf geen tijd had om mijn beide vrouwen te gaan opzoeken, zond ik ieder hunner een bediende om te zeggen, dat zij zich gereed moesten houden nog dienzelfden dag naar het vaderlijk huis te kunnen vertrekken — de eerste met

Sluiten