Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de oude omgeving; ik zelf nog de oude, veroordeeld tot het oude leven. Zou het werkelijk zoo gaan? Ben ik dan misschien toch nog het offer geweest van zelfbedrog, van zinsverbijstering, toen ik in dien asceet Anguhmala meende te herkennen? Telkens en telkens deed ik mij deze vraag weder en toch kon ik niet gelooven dat dit het geval was geweest. Maar dan moest hij ook nog komen — zonder bedoeling "was hij mij toch niet komen opzoeken in die bedriegelijke verspiederskleeding, om plotseling daarna weer te verdwijnen alsof hem de aarde verzwolgen had. Want ik had een onderzoek laten doen en was daardoor te weten gekomen dat hij nergens anders spijs had opgehaald.

Het slaapdronken gekraai van een jongen haan wekte mij uit mijn overpeinzingen. Het sterrenbeeld dat ik zocht, was nauwelijks meer te onderscheiden; de meeste sterren hadden reeds opgehouden te fonkelen en slechts de grootste was nog zichtbaar. Er viel niet langer meer te twijfelen — de dageraad naderde en een overvalling van Angulimala was dus volkomen uitgesloten.

Maar van al het zonderlinge dat ik dien nacht beleefd had, kwam nu het allerzonderlingste.

Deze erkenning ging niet gepaard met teleurstelling, nog minder met eenige verhchting dat alle gevaar nu buitengesloten was. Doch een geheel nieuwe gedachte kwam bij mij op en vervulde mij geheel: —

„Waartoe heb ik die roovers ook noodig? Ik verlangde hun fakkels en-pekkransen om mij te bevrijden van den last, die deze prachtige bezitting mij op de schouders legt. Maar er bestaan immers mannen die

De pelgrim Kamanita 9

Sluiten