Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrijwillig al hun eigendommen opgeven en als pelgrim uittrekken. Evenals een vogel, die, waar hij ook heenvliegt, slechts voorzien is van zijn vleugels, zoo is ook de pelgrim tevreden met den mantel die zijn lichaam bedekt en met de spijzen die hij ophaalt om zijn leven te onderhouden. Ik heb hen hooren zeggen: „Een gevangenis, een onzindelijk krot is een tehuis; de pelgrimstocht is de vrije hemel."

En ik had het zwaard der roovers te hulp geroepen om dit hchaam te dooden. Maar wanneer dit hchaam tot stof wordt, ontstaat er immers een nieuw en uit dit leven komt er een ander als de vrucht daarvan. Maar welk een leven zou er wel ontstaan uit het mijne? Wel is waar hadden Vasitthi en ik bij den hemelschen Ganga, wiens zilveren golven de lotusvijvers in het westelijke paradijs Vullen, elkaar gezworen dat wij elkander aldaar, in'de velden der zahgen, terug zouden vinden — en bij dien eed was er immers, zooals zij zeide, voor ieder onzer in het heilige, kristalheldere meer een lotusknop ontloken. Bij iedere reine gedachte, bij iedere goede daad zal die knop groeien, maar al wat slecht en onwaardig is, zal er aan knagen als een worm. Ach, reeds lang moet de mijne doorknaagd zijn! Ik heb mijn leven immers nagegaan. Onwaardig is het geweest, onwaardig zal dat wezen, wat er uit ontstaan zal. Wat zou ik dan kunnen winnen door die verwisseling?

Doch er zijn immers mannen die alreeds in dit leven alle aardsche wedergeboorte te niet doen, en zich de zekerheid van een eeuwige zaligheid weten te verwerven.

Sluiten