Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het woud, dan gaf ik mij over aan het diepste denken. En ik stelde mij dan de volgende vragen:

— Wat is de ziel? Wat is de wereld? Is de wereld eeuwig? Is de ziel eeuwig? Is de wereld vergankelijk? Is de ziel vergankelijk? Is de wereld eeuwig en de ziel vergankelijk? Is de ziel eeuwig en de wereld vergankelijk? Of:

Met welk doel heeft de hoogste Brahma de wereld geschapen? En wanneer de hoogste Brahma een volkomen zaligheid is, hoe komt het dan dat de door hem geschapen wereld onvolkomen en aan lijden onderhevig is? En wanneer ik, eerwaardigste, over dergelijke vragen nadacht, kon ik er maar geen verklaring voor vinden die mij bevredigde; integendeel, voortdurend kwam nieuwe twijfel bij mij op, en het doel waarvoor edele zonen hun huis verlaten om in den vreemde te gaan — dit doel scheen mij geen schrede nader te komen.

— Evenals, o pelgrim, iemand naar den horizon zou willen loopen: „O, dat ik toch vandaag of morgen den horizon mocht bereiken" — evenzoo vlucht het doel voor hem, die dergelijke vragen najaagt.

De pelgrim schudde nadenkend het hoofd en vervolgde:

— Op zekeren dag, de schaduwen der boomen begonnen reeds lang te worden, gebeurde het mij dat ik aan een open plek in een bosch kwam, alwaar zich een brahmanenschool bevond. Ik zag daar verscheidene in het wit gekleede jonge mannen, waarvan eenigen bezig waren koeien te melken, anderen met het kloven van brandhout en weer anderen vaatwerk uitspoelden aan de bron. Op een mat vóór de hal, zat een oude brahmaan

Sluiten