Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hebt gij dan, o pelgrim, den Volmaakte reeds gezien? En zoudt ge hem kennen als gij hem zaagt?

— Neen, broeder; ik heb den Volmaakte nog niet gezien en wanneer ik hem zag, zou ik hem niet kennen.

— Waar, pelgrim, bevindt hij zich thans, de Verhevene, de volkomen ontwaakte?

— In het noorden van het rijk van Kosala, o broeder, ligt een stad, Savatthi geheeten, en buiten die stad bevindt zich het boschrijke park Jetavana, een park met zware, schaduwrijke boomen, onder welke men kan zitten en peinzen; met heldere, koele vijvers, smaragdgroene grasperken en tallooze bloemen in alle mogelijke kleuren. Dit park heeft de rijke koopman Anathapindika reeds verscheidene jaren geleden gekocht van prins Jeta, voor zoovele goudstukken als den geheelen bodem konden bedekken en daarna heeft hij het Buddha geschonken. Daar in Jetavana, in het liefelijke, door wijze mannen bezochte park, heeft de Verhevene, de volkomen ontwaakte Buddha, op het oógenblik zijn verblijf. En na verloop van vier weken hoop ik door onvermoeid door te wandelen den afstand van hier tot Savatthi te hebben afgelegd en %aan de voeten te zitten van den Volmaakte.

Toen zeide de Volmaakte tot zichzelf: Ter wille van mij wandelt deze pelgrim ten einde mijn leer'deelachtig te worden. Zou ik hem er thans niet mede bekend maken ?

En Buddha wendde zich tot Kamanita en zeide:

— De maan staat nog boven het dak; wij zijn dus nog niet ver in den nacht en een lange slaap is niet goed voor den geest Welnu, indien het u schikt, zoo

Sluiten