Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een monnik, die zich aan niets heeft vastgehecht, zal in zijn onverstoorbare gemoedsrust tot de volgende wijsheid komen: mijn verlossing is verzekerd; dit is mijn laatste geboorte geweest; voor mij bestaat er geen wereld meer.

Hij, die onderworpen was geweest aan geboorte, ouderdom en dood, hij heeft nu, na de ellende dezer natuurwetten te hebben ingezien, de zekerheid verkregen dat er voor hem geen geboorte, ouderdom of dood meer zal bestaan. Hij, die onderworpen is geweest aan ziekte, gemeenheid en zonde, hij heeft nu de onvergankelijke, reine en heihge zekerheid verkregen:

In den verloste is de verlossing; de levensboom is uitgedroogd; voor mij bestaat er geen wereld meer.

Zulk een, o pelgrim, wordt genoemd „de teneinde brenger", want hij heeft het hjden teneinde gebracht.

Zulk een, o pelgrim, wordt genoemd „de verdelger", want hij heeft de verkeerde voorstelling van het ikzijn verdelgd.

Zulk een, o pelgrim, wordt genoemd „de vernietiger", want hij heeft de aandrift om te leven vernietigd, benevens haar kiem, zoodat geen leven er meer uit te voorschijn kan spruiten.

Zulk een, o pelgrim, — zoolang hij in het lichaam is, zien menschen en goden hem, maar zoodra het lichaam zich oplost in den dood, zien menschen noch goden hem langer. En evenmin de natuur, de alziende; ook deze ziet hem niet meer. Hij heeft het oog der natuur geblinddoekt; hij is aan het kwade ontkomen. Hij heeft

Sluiten