Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heele wereld is in rook gehuld; de geheele wereld wankelt.

Toen hij op deze wijze werd toegesproken, begon de pelgrim Kamanita zich te beangstigen als een jonge buffel, die voor het eerst van uit het kreupelhout het gebrul van den leeuw hoort. Een tijdlang zat hij zwijgend, voorovergebogen, met hangend hoofd en het gelaat overdekt met een gloeiend rood. Daarop zei hij met een misnoegde en eenigszins bevende stem:

— Het behaagt mij evenwel niet, dat de Volmaakte, indien hij iets hoopsvol had kunnen mededeelen, niets daaromtrent geopenbaard heeft. Maar indien hij gezwegen heeft omdat het iets mistroostigs of afschrikwekkends was, of wellicht ook omdat hem er niets van bekend was, zoo behaagt mij dat evenmin. Want het menschehjké denken en trachten gaat toch uit van vreugde en zaligheid, zooals ook de natuur aangeeft en zooals het ook niet anders zijn kan. Ook heb ik de brahmaansche priesters hooren verkondigen:

„Onderstel dat een jonge man, een flinke jongeman, de vlugste en sterkste van alle jongemannen, de geheele wereld met al haar rijkdommen bezat: zoo zou dit een menschehjké gelukzaligheid zijn. Maar honderden menschehjké gelukzaligheden is ée'n gelukzaligheid voor de hemelsche genieën. En honderden gelukzaligheden voor de hemelsche genieën is e'én gelukzaligheid voor de drie en dertig goden. Maar honderden gelukzaligheden voor de drie en dertig goden is één gelukzaligheid voor Indra en honderden Indra-gelukzahgheden is één Brahma-gelukzahgheid. — Dit is de hoogste geluk-

Sluiten