Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poort, vond hij deze nog gesloten en moest er^us een tijdlang w,achten, wat hem een eeuwigheid toescheen en zijn ongeduld tot het kookpunt deed stijgen.

Inmiddels gebruikte hij deze gedwongen rust om zich nauwkeurig te laten inlichten omtrent den weg dien hij nemen moest. Een oude vrouw, die met haar groenten eveneens wachten moest, verklaarde hem bereidwillig door welke straatjes hij moest gaan: rechts langs dien en dien kleinenv tempel, vervolgens langs die en die bron en vooral moest hij niet vergeten steeds den toren in het oog te bhjven houden; op deze wijze zou hij binnen de stadsmuren den tijd kunnen inhalen dien hij er buiten verloren had.

Zoodra de poort geopend werd, ijlde hij zonder zich verder op te houden in de aangewezen richting voort. Meer dan eens hep hij een kind omver; bonsde tegen een vrouw aan, die bezig was vaatwerk uit te spoelen waardoor een schaal uit haar handen viel en brak en zoo hep hij ook nog tegen een waterdrager aan. Doch de scheldwoorden die hem achterna werden gezonden, bereikten slechts een paar doove ooren, zóó was hij vervuld van de eenige gedachte: zoo spoedig mogehjk in de nabijheid van Buddha te komen.

— Welk een geluk! zei hij bij zichzelf, — hoevele geslachten leven er niet zonder dat er een Buddha op aarde is! En zelfs het tegenwoordige geslacht; o, hoe uiterst weinigen zijn er maar die hem te zien krijgen! Dit geluk is mij nu verzekerd! Ik heb steèds gevreesd dat op mijn langen, gevaarvollen weg, wilde dieren of

Sluiten