Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keek van den gewonde, die door de pijnen veroorzaakt door het oplichten bijna bewusteloos was geworden en de aankomst van den pottenbakker in het geheel niet bemerkt had. — Is het mogelijk! Den geheelen nacht zou deze arme man, zonder er eenig voorgevoel van te hebben gehad, het geluk deelachtig zijn geworden waarnaar hij zoo smartelijk verlangt!

— Het lijkt wel krankzinnigheid, merkte Sariputta op. Maar laat ons gaan. Hij kan er nu heen gebracht worden.

— Wacht nog een oogenbhk, riep Ananda. De pijnen hebben hem overweldigd.

Kamanitas wezenlooze blik toonde inderdaad aan, dat hij nauwelijks meer wist wat er om hem heen plaats had. Het werd hem zwart voor de oogen. Doch de lange streep morgenhemel, die boven de hooge muren van het smalle straatje zichtbaar was, drong tot zijn bewustzijn door en deed ze hem aanzien voor den Melkweg, die den nachtelijken hemel doorkruist.

Zijn lippen bewogen zich.

— Ganga! prevelde hij.

— Zijn verstand begeeft hem, zei Ananda.

Doch de naastbijstaanden, die Kamanitas woorden hadden opgevangen, duidden ze anders uit :

Nu wil hij dat men hem naar den Ganga zal brengen, opdat hij zijn zonden in de heilige golven zou kunnen afspoelen. Maar moeder Ganga is hier vele mijlen van daan. Wie zou hem daarheen kunnen brengen? . — Eerst 'Buddha, toen Ganga! mompelde Sariputta, met het eenigszins verachtelijke medelijden van den

De pelgrim Kamanita 11

Sluiten