Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze tegenover den dwaas, die reddingloos van het eene bijgeloof in het andere vervalt.

Eensklaps begonnen Kamanitas oogen verwonderlijk te schitteren; een zalige glimlach verhelderde zijn trekken; hij scheen zich te willen oprichten. Ananda ondersteunde hem.

— De hemelsche Ganga, fluisterde Kamanita met een zwakke, doch vreugdevolle stem, waarbij zijn rechterhand naar de streep lucht wees — de hemelsche Ganga! Bij zijn golven zwoeren wij — Vasitthi.

Zijn geheele lichaam trilde, het bloed kwam hem uit den mond stroomen en in Anandas armen bhes hij den laatsten adem uit.

Ongeveer een half uur later traden Sariputta en Ananda, gevolgd door de monniken de hal van den pottenbakker binnen, begroetten eerbiedig den Verhevene en zetten zich aan zijn zijde neder.

— Nu, mijn waarde Sariputta? vroeg de Volmaakte, na hen vriendelijk teruggegroet te hebben — hebben de jonge monniken onder uw leiding de vermoeienissen van de wandeling goed en zonder onheilen doorstaan? Hebt ge geen gebrek aan voedsel gehad of aan geneesmiddelen voor de zieken? Schrijden de discipelen blijmoedig en vlijtig voorwaarts op den weg ter verlossing?

— Ik ben gelukkig, eerwaardigste, u te kunnen zeggen dat het ons aan niets ontbroken heeft en dat deze jonge monniken blijmoedig en vol vertrouwen voor het aangezicht van den Volmaakte kunnen verschijnen. Deze edele jongelingen, kenners van het woord, navol-

Sluiten