Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vrouwennaam — Vasiki, meen ik — en zoo stierf hij.

— Met een vrouwennaam op de lippen stierf hij, zeide Sariputta; waar zou hij nu wel wedergeboren zijn?

— Dwaas, discipelen, was de pelgrim Kamanita — te vergelijken met een onverstandig kind. Want deze pelgrim, discipelen, die in mijn naam wandelde en de leer van Buddha wilde volgen, hem heb ik uitvoerig die leer blootgelegd; niettemin heeft hij er aanstoot in gevonden. Zijn denken en streven waren gericht naar een hooger leven, naar zaligheid en hemelsche vreugde. De pelgrim Kamanita, discipelen, is wedergeboren in het Westelijke paradijs, om daar vele duizenden jaren hemelsche genietingen te smaken.

TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. In het Westelijke paradijs.

Terwijl de Volmaakte in de hal van den pottenbakker te Rajagaha deze woorden uitsprak, ontwaakte de pelgrim Kamanita in het Westelijke paradijs.

Hij vond zichzelf met gekruiste beenen zittende op een buitengewoon groote roode lotusroos, gehuld in een mantel van dezelfde kleur, die zacht en glanzig als een bloemblad in rijke plooien neerviel. Op de uitgestrekte watervlakte dreven overal diergelijke lotusbloemen rond; roode, blauwe en witte; enkelen nog als knoppen, anderen

Sluiten