Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds tamelijk ontwikkeld doch nog gesloten, maar ook ontelbaren waren geopend, evenals de zijne, en bijna op ieder dezer bevond zich een menschehjké gedaante wier plooienrijke mantel als uit de bloembladen scheen voortgekomen te zijn.

De hellende oevers, van het groenste gras, spreidden een bloemenpracht ten toon, die den indruk gaf, alsof alle edelsteenen der aarde hier in de gedaante \an bloemen herboren waren; alsof zij hun glans en doorschijnend kleurenspel hadden bewaard, doch het harde pantser dat zij op aarde gedragen hadden, hadden verwisseld tegen een zacht, buigzaam en levend plantenomhulsel. Zoo was ook de geur die zij uitstraalden, krachtiger dan de heerlijkste essens die ooit in een kristallen flesch besloten was geweest, zonder echter de aangename frischheid der natuurlijke bloemengeur te missen.

Van dien schitterenden bloemenkrans zwierven de verrukte blikken verder tusschen hooge boomen door, met breede kruinen en smaragdgroen loof, vol juweelachtige bloemen. Eenigen dezer boomen stonden op zichzelf, anderen in groepen en vormden dan schaduwrijke boschjes, terwijl als achtergrond een schitterende bergketen zichtbaar werd, wier afzonderlijke toppen uit marmer, kristal of albast schenen te bestaan; enkele dezer hoogten waren begroeid met dicht kreupelhout, of verborgen onder een we|riekenden bloementooi. Op een zeker punt scheidden kreupelhout en bergketen zich van elkaar, om plaats te maken voor een schitterenden stroom, die stil in het meer uitvloeide, als een stroom van sterrenlicht.

Sluiten