Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iemand naast hem, in blauw gekleed, wekte in het bijzonder zijn vertrouwen op, zoodat hij lust kreeg een gesprek met hem aan te knoopen.

— Maar zou het wel aangaan, dacht hij, zonder daartoe uitgenoodigd te zijn, uit mijzelf dien eerwaardige vragen te doen? — toch wilde ik gaarne weten waar ik ben.

Tot zijn groote verbazing volgde het antwoord dadelijk; geluidloos en zonder dat de blauwgekleede zijn lippen scheen te hebben bewogen.

— Gij zijt in het Westelijke paradijs, in het rijk der zaligheden. }

Onwillekeurig vroeg Kamanita met zijn gedachten terug:

— U waart hier, eerwaardigste, toen ik mijn oogen opsloeg, want dadehjk vielen mijn blikken op u. Zijt gij tegelijk met mij ontwaakt of reeds langer hier geweest?

— Ik ben hier sedert een ondenkbaar langen tijd, antwoordde de blauwgekleede; ik zou haast gelooven sedert een eeuwigheid, indien ik niet zoo talrijke malen een lotusbloem zich had zien openen en een nieuw wezen te voorschijn zien komen en namelijk, indien de geur van den koraalboom er niet was.

— Wat is dat voor een geur?

— Dat zult gij spoedig zelf gewaar worden. De koraalboom is het grootste wonder in dit paradijs.

De muziek der hemelsche genieën' scheen als vanzelf dit geluidlooze gesprek te begeleiden; met klanken en melodieën werd iedere zin ingehuld alsof-de bedoeling er door vertolkt moest worden en geopenbaard, wat

Sluiten