Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de overigeij zweefden na een vriendelijken, aanmoedigenden groet verder, om hem met rust te laten en de gelegenheid te geven zijn gedachten te verzamelen.

VIER EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK De Koraalboom.

Nog een geruimen tijd bleef Kamanita hen naoogen en verwonderde zich.

En zoo verwonderde hij zich ook over zijn eigen verwondering.

— Hoe zou het toch komen dat alles mij zoo wonderhjk toeschijnt. Als ik hier behoor, waarom komt het mij dan niet als vanzelfsprekend voor? Ieder nieuw verschijnsel is mij echter raadselachtig en brengt mij in verbazing. Bijvoorbeeld de geur, die mij daar plotseling tegemoet waait — hoe geheel verschillend is deze van elke andere bloehiengeur — krachtiger en rijker, tegehjk aanlokkend en beangstigend! Waar zou deze geur vandaan komen?

Ja, waar zou ik zelf vandaan gekomen zijn? Het schijnt mij toe alsof ik kort geleden nog niet bestond. Of heb ik wellicht toch bestaan maar niet hier? Waar dan? En hoe ben ik dan hier gekomen?

Terwijl deze vragen bij hem opkwamen, had zich zijn hchaam, zonder dat hij het bemerkte, van de groene plek waar hij zich bevond, losgemaakt en zweefde hij

Sluiten