Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En alsof zijn blik, die onafgebroken op de witte lotus was blijven rusten een tooverstaf ware geweest, die schatten voor den dag kon brengen, zoo kwam er nu beweging in het uiteinde der bloem. De bladen bogen hun randen om, openden zich naar alle zijden en ziet — in hun midden zat Vasitthi en sloeg haar oogen op; haar lieve, glimlachende blik ontmoette den zijnen.

Kamanita en Vasitthi strekten gelijktijdig de armen naar elkaar" uit en terwijl zij elMter de hand reikten, zweefden zij over het water naar den oever.

Het was Kamanita duidelijk dat Vasitthi hem niet herkende, dat zij zich slechts instinctmatig tot hem wendde, evenals de zonnebloem tot de zon. Hoe zou zij hem ook kunnen herkennen ? Bij haar ontwaken had zij zich toch haar vroeger leven niet kunnen herinneren; ofschoon zij zelf bij het aanschouwen van hem in haar binnenste een nevelachtig vermoeden had gehad, evenals hem was óverkomen, toen zijn buurman over den hemelschen Ganga had gesproken.

Hij wees haar dien schitterenden stroom, die zich kalm in het meer uitstortte.

— Zoo vullen de zilveren golven van den hemelschen Ganga alle lotusvijvèrs in het rijk der zaligen.

— De hemelsche Ganga? herhaalde zij vragend en streek zich met de hand over het voorhoofd.

— Kom! Laat ons naar den koraalboom gaan. Vasitthi wees een andere richting aan:

— Ginds zijn de boschjes en het kreupelhout zoo aanlokkend en er wordt gespeeld.

— Later! Nu willen wij eerst naar den koraalboom,

Sluiten