Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gejaagd of gevangengenomen te hebben; zelfs de verschrikkelige Angulimala was levend in zijn handen gevallen.

Zij trachtte mij te overreden om met haar en Somadatta naar de straat te gaan om den" intocht der krijgslieden met de gevangen roovers te gaan zien, maar ik wilde niet, daar ik Satagira niet gunde, dat hij mij zou ontdekken onder degenen die getuige waren van zijn triomf. Zoo bleef ik dan alleen achter, hoogst gelukkig met de gedachte dat voor mijn geliefden Kamanita nu de wegen openstonden. Want zoo weinig vermoeden wij stervelingen den gang van het noodlot, dat wij dikwijls — zooals ik toen — als een geluksdag beschouwen, den dag waarop juist een wending van onzen levensloop naar de duisternis, voor den eersten keer haar schaduw op ons pad werpt.

Den volgenden dag kwam mijn vader onverwachts mijn kamer binnen. Hij het mij een kristallen keten zien, met een tijgeroog als amulet, en vroeg mij of ik die keten kende. Eerst dacht ik neer te zinken, verzamelde evenwel al mijn krachten en gaf hem ten antwoord dat zij geleek op een, die gij placht te dragen,

— Zij gelijkt er niet alleen op, verklaarde mijn vader met ijzige kalmte, het is dezelfde Toen Angulimala gevangen genomen werd, droeg hij haar om den hals; Satagira herkende de keten terstond, want, vertelde hij mij, op zekeren keer had hij in het park met Kamanita gestreden om uw bal, en terwijl zij aan het worstelen waren, had hij de keten onwülekeurig gegrepen, waardoor ze brak en hij de stukken in de hand hield, zoo-

Sluiten