Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wat is dat? vroeg Vasitthi. Kamanita verklaarde het haar.

— Daar willen wij heen, zeide Vasitthi. O, hoe menigmaal heb ik niet beneden in het donkere aardsche dal, aan den oever van den Ganga staande, opgezien naar den verwijderden weerschijn van dien hemelstroom, heb ik aan deze zalige gewesten gedacht, die er door omslingerd en doorsneden worden en heb ik mezelf gevraagd of ook wij eenmaal in dit oord der zahgen zouden worden vereeningd. Thans wordt ik er onweerstaanbaar heengetrokken, ten einde aan uw zijde aan zijn oevers te verwijlen.

Zij maakten zich los uit de keten der dansenden en namen hun vlucht in een richting, die hen zich van hun meer deed verwijderen. Weldra hielden de meren op, waar lotusbloemen de zahgen dragen; steeds minder werd de bloemenpracht, steeds zeldzamer ontmoetten zij een der zwevenden. Horden antilopen verlevendigden nog de vlakte; op de meren zwommen thans zwanen, die op het donkere water strepen van glinsterende golfjes achter zich heten. De hoogten, die aanvankelijk steiler en rotsachtiger waren geweest, waren nu geheel verdwenen.

Zij zweefden over een effen, woéstijnachtige vlakte, begroeid met tijgergras en doornen. Voor hen uit strekte zich als een onafzienbare boog, een palmbosch uit.-

Zij naderden het bosch. Een steeds donkerder schaduw omringde hen. De ruwe stammen geleken op brons. In de hoogte ruischten de kronen met een geluid als ijzer.

Schitterende vonken en strepen dansten voor hun

Sluiten