Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordt zij zijn groet; glimlachend kijken ze elkaar aan — en het is dezelfde blik, die in het park te Kosambi werd gewisseld tusschen de balpeelster op de tribune en den vreemden toeschouwer.

Maar ook dit land der vijf stroomen dat hen vele malen gehuisvest heeft, verdwijnt evenals het Gangesdal; andere streken doen zich voor, andere menschen en gewoonten omgeven hen; alles is ruwer, wilder, armoediger.

De steppe waar de stoet doorheentrekt — ruiters, wagens en voetgangers in een onafzienbare reeks — is wit van sneeuw. Dichte vlokken dwarrelen door de lucht, terwijl in de verte schemerachtig een donkere bergketen zichtbaar is.

Een jong meisje steekt met zulk een heftige beweging haar hoofd buiten het doek van een ossenwagen, dat haar schaapspels van haar schouder glijdt en haar weelderig gouden haar langs wangen, hals en borst komt te golven. Er flikkert angst in haar oogen als zij de richting uitkijkt waar aller blikken heengaan en aller vingers heenwijzen: — als een donkere, door den wind voortgevaagde wolk komt een ruiterhorde aangestormd. Doch zij glimlacht vol vertrouwen nu haar blik dien van een jongen man ontmoet, die terzijde van den wagen een zwarten stier berijdt. En weder is het dezelfde blik al komt hij thans uit blauwe oogen. Die bhk doet het hart van den blonden jongen man opvlammen; hij zwaait zijn strijdbijl en met een wilden kreet stormt hij met de andere krijgers den vijand te gemoet — doet

Sluiten