Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo wisten ook deze beiden: hoe vaak wij hier ook komen, al was het de eeuwigheid door, zoo bestaat er geen gevaar dat deze geur zal ophouden met herinneringen bij ons op te wekken, want hoe verder wij doordringen in den loop der tijden, des te verder wijkt de voortijd terug.

En zij verwonderden zich zeer.

— Wij zijn zoo oud als de wereld, verklaarde Vasitthi.

DERTIGSTE HOOFDSTUK. „Al, wat ooit is ontstaan".

Voorzeker zijn wij zoo oud als de wereld, zeide Kamanita, doch tot nu toe zijn wij steeds rusteloos voortgeschreden en telkens heeft de dood ons van het eene leven in het andere gevoerd. Maar eindelijk hebben wij dan nu de plaats bereikt waar geen vergankelijkheid meer is, maar een eeuwige zaligheid ons lot zal zijn.

Hij zeide dit op het oógenblik dat zij van den koraalboom naar hun meer teruggekeerd waren. Bij het nederdalen op zijn lotusroos meende Kamarita te bemerken, dat de kleur er van een weinig verloren had aan frischheid en glans; ja, toen hij er boven bleef zweven en haar opmerkzaam beschouwde, ontwaarde hij met schrik, dat de randen der kroonbladen bruinachtig waren geworden, als verdord, en slap neerhingen. Dezelfde ver-

Sluiten