Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ieder levend wezen, al wat ooit is ontstaan, vergaat eenmaal. Ook in het Paradijs, als in een aardschen hof, verdort, de

bloemenpraal."

— Wie heeft deze verschrikkelijke, alle menschehjké hoop vernietigende woorden geuit?

— Wie anders dan hij, de Verhevene, de Heilige, die uit medelijden met de menschen de leer verkondigt; tot verlichting van allen en tot troost voor de enkelen;hij, die deze wereld met haar edele en onedele schepselen, die den schepper van goden, menschen en demonen openbaart en verklaart; hij, die den weg wijst uit deze rustelooze wereld: de Verhevene, de Volmaakte, Buddha.

— Hoe! Buddha zou zulks hebben gezegd! O neen, Vasitthi, dat kan ik niet gelooven. De verheven woorden van den leeraar worden zoo menigmalen verkeerd opgevat en onjuist weer gegeven. En dat dit inderdaad met zijn woorden het geval is, heb ik zelf ondervonden. Want eenmaal te Rajagaha zijnde, heb ik daar overnacht in de voorhal van een pottenbakker, te zamen met een zonderlingen ouden asceet, die mij Buddha's leer wilde verklaren. Maar wat hij daarvan terecht bracht, was dwaasheid, was een bekrompen, verwrongen leer, hoewel ik er nochtans eenige uitspraken van den verheven meester in kon opsporen, die er aan ten grondslag moesten hggen — slechts, dat zij naar zijn eigen wonderlijke opvatting verklaard werden. Klaarblijkelijk heeft men ook de door u gebezigde woorden verkeerd verspreid.

— Neen, mijn vriend! Want ik heb ze uit den mond van den Volmaakte zelf vernomen.

Sluiten