Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en met haastige schreden naar mij toekwam, zag ik dat zijn gestalte veel grooter was dan de uwe; ja, zij scheen mij zelfs reusachtig en onmiddelijk werd het mij duidelijk dat ik den geest van Angulimala voor mij zag. Dit maakte mij zoo angstig, dat ik mij aan het hoofdeinde van mijn legerstede moest vasthouden om niet neer te vallen.

Wie is het, dien gij verwacht? vroeg de verschrikkelijke, terwijl hij nader trad.

— Een geest — maar niet de uwe, antwoordde ik.

— Die van Kamanita? Ik knikte toestemmend.

— Toen gij de beweging deedt alsof gij iemand wildet verwelkomen, vervolgde hij, vreesde ik dat gij een minnaar hadt, die u hier in den nacht kwam bezoeken. Want indien dit] het geval ware, zoudt gij mij niet bij staan. En ik heb uw hulp noodig evenals gij de mijne.

Na deze vreemde woorden te hebben vernomen, waagde ik het op te kijken en nu begreep ik dat ik geen geest, maar een wezen van vleesch en bloed voor mij had. De maan bescheen hem van achteren; verblind door haar stralen en verward van schrik, zag ik slechts den reusachtigen omvang eener gestalte, die even goed een demon kon toebehooren.

— Ik ben niet de geest van Angulimala, zei hij, mijn twijfel radende; ik ben hetzelf, een mensch als gij.

Ik begon hevig te sidderen; niet uit angst, maar wegens de onmiddehjke nabijheid van den man die mijn geliefde had omgebracht.

— Vrees niet, edele vrouwe, vervolgde hij; van mij

Sluiten