Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeders, Medini en de dochters van den opzichter.

Satagira zag dat mijn hand onder het teekenen beefde en vroeg mij daarom of ik ook koorts had. Ik antwoordde dat ik slechts wegens een slapeloozen nacht eenigszins vermoeid was. Doch hij greep mijn hand en maakte zich ongerust dat ze zoo koud en vochtig was en toen ik ze terug wilde trekken met de opmerking dat het niets te beteekenen had, behield hij ze in de zijne en vermaande mij om toch voorzichtig te zijn en mij te ontzien. In zijn blik en stem bemerkte ik met een onuitsprekelijk mishagen, ja, met schrik, iets van zijn bewonderende teederheid van vroeger, toen hij te vergeefs naar mijn gunst dong. Ik haastte mij te zeggen dat ik mij inderdaad niet heel wel voelde en daarom wat rust wilde gaan nemen.

Satagira vergezelde mij tot in de galerij en hier, waar wij alleen waren, begon hij zich te verontschuldigen; hij had mij al te lang veronachtzaamd ten voordeele van de moeder van zijn zoon, maar na zijn terugkomst zou het anders worden en zou ik niet langer meer de nachten alleen op het terras behoeven door te brengen. Deze teederheid, die uit zijn aanvankelijke liefde herboren scheen te zijn, liet niet na mij eenigszins zachter tegenover hem te stemmen, zoodat ik zelfs een oógenblik in mijn voornemen begon te wankelen, doch zijn laatste woorden die hij zoet-hspelend met een afkeerwekkende vertrouwelijkheid had geuit, waren maar al te zeer geëigend om dat gevoel dadelijk weer te doen verdwijnen; zij herinnerden mij aan rechten, die hij door een snood verraad verkregen had.

Sluiten