Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de streek, zoo ook van de smalle kloof waar Satagira doorheen moest komen en waar Angulimala hem gemakkelijk met zijn speer zou kunnen dooden.

Na hem dit alles te hebben medegedeeld, volgde er een drukkende stilte waaronder ik slechts mijn eigen zware ademhaling kon hooren. Ik voelde dat mij nog de kracht ontbrak om op te staan en weg te gaan, zooals mijn voornemen was geweest.

Endelijk begon Angulimala te spreken en reeds de zachte, ja, weemoedige klank zijner stem, verraste mij zoodanig, dat ik door een onverklaarbaren schrik werd bevangen.

— Zoo zou het dus geschieden, sprak hij, en gij, de teedere, zachte vrouw, die voorzeker nog nimmer moedwillig het geringste schepsel eenig leed hebt veroorzaakt — nu zoudt ge u verbonden hebben met het slechtste mensch, wiens handen druipen van bloed; ja, de moord van uw echtgenoot zoudt ge op uw geweten hebben en de zwarte Karmadraad zou steeds verdér voor u worden gesponnen — tot in de hel. Ja, inderdaad zou het zoo gaan indien gij nu hadt gesproken tot den roover Angulimala.

Ik wist niet of ik mijn ooren kon gelooven. Tot wien had ik dan gesproken? Het kwam mij toch voor dat dit de stem was van Angulimala, zij het dan ook met die wonderlijke verandering van klank, en toen ik mij nu verschrikt naar hem toekeerde en hem scherp aankeek, kon ik er toch geenszins aan twijfelen of het was de rooveraanvoerder die daar voor mij stond, al gaf zijn houding ook een geheel ander karakter te kennen

Sluiten