Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En het ergerde mij dat hij zoo blijkbaar mijn macht scheen te miskennen. Dientengevolge besloot ik hem te dooden, zooveel te meer, daar ik mij verbeeldde dat hij mogelijk door Satagira was uitgezonden om het bosch te bespieden. Want deze asceten — dacht ik — zijn allen huichelaars, die zich, als het te pas komt, tot alles laten gebruiken; waarbij zij dan rekenen op de onschendbaarheid die het bijgeloof der menschen hun verschaft. Van mijn vriend Vajacravas had ik namelijk geleerd hen zoo te beschouwen. Snel besloten, greep ik mijn speer, hing boog en pijlkoker om en ging pas na pas achter den asceet aan, die nu in het bosch was gekomen.

En toen ik een gunstige plek had gevonden waar zich geen boomen tusschen ons bevonden, bleef ik staan, nam den boog van den schouder en schoot een pijl op hem af; zoodanig, dat deze aan de linkerzijde van zijn rug moest binnendringen en zijn hart doorboren. Doch de pijl ging over zijn hoofd heen.

— Ik moet daar een zeer slechten pijl hebben gekozen, dacht ik, onderzocht mijn koker en nam er een lichtgevederden, onberispelijken pijl uit, waarmede ik zoodanig mikte, dat hij den nek van den asceet moest doorboren. Evenwel, de pijl kwam links van hemin een boomstam terecht. De volgende vloog hem rechts voorbij en zoo ging het met al mijn pijlen, totdat mijn koker ledig was. " S^S

— Hoe onbegrijpelijk, hoe ongewoon is dit! zei ik mezelf. Ik heb mij toch dikwijls vermaakt door een gevangene met den rug tegen een houten schutting te plaatsen en zoodanig naar hem te schieten, dat, wanneer

Sluiten