Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaante of in die van een dier, toen moest ik denken aan dien Vajacravas, die ons, zoowel door beredeneering als uit de Schrift bewezen had, dat er zulk een hel niet bestond en dat de plaatsen in de Heilige Schrift die daarover handelen, en door zwakke, angstige zielen moeten zijn binnengesmokkeld, ten einde door deze bedreigingen de sterken en moedigen schrik aan te jagen en daardoor zelf vrij te bhjven, hun drukkend juk te moeten dragen. Mijn vriend Vajacravas, dacht ik, heeft mij nooit geheel kunnen overtuigen. Hoe zou dan deze asceet daar wel toe in staat zijn? Hier staat meening tegenover meèning; geleerde tegenover geleerde. Want al mocht ook deze asceet een der groote discipelen van den Sakyerzoon zijn, zoo werd ook Vajacravas door zijn aanhangers ten hoogste geprezen en thans, na zijn dood, vereeren de menschen hem zelfs als een heilige. Hoe is dan uit te maken, wie van deze beiden gelijk heeft ?

— Gij volgt mij niet meer, Angulimala, zei nu de asceet. Gij denkt aan dien Vajacravas.

Vol bewondering stemde ik dit toe. — Dus hebt gij, eerwaardige, ook mijn vriend Vajacravas gekend?

— Men heeft mij zijn graf gewezen buiten de stadspoort en ik zag hoe dwaze reizigers daar tot hem baden, in de verbeelding dat hij een heilige was.

— Was hij dat dan niet?

— Indien gij dat denkt, kunnen wij hem wel gaan opzoeken en gewaar worden hoe het met zijn heiligheid gesteld is.

De asceet zei dit alsof het slechts te doen was om van het eene huis in het andere te gaan.

Sluiten