Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geluiden kwamen uit den achtergrond, waar het schitteren der speren een enkelen trillenden en dwarrelenden nevel vormde. Op den voorgrond bevond zich niets.

Hier kwamen nu drie gedaanten, zoo plotseling te voorschijn, dat zij als het ware werden uitgebraakt uit een donkeren muil, die zich aan de achterzijde van het hol moest bevinden. De gedaante in het midden was Vajacravas, doch waar waren zijn besliste houding, zijn plechtige brahmanengestalte gebleven? Zijn naakt lichaam sidderde van het hoofd tot de voeten, als iemand die het hevig koud heeft of door de koorts is aangetast. Zijn begeleiders hadden een menschelijk hchaam, dat gedragen werd door vogelpooten met sterke klauwen, terwijl het van boven eindigde, bij den een in een visschenkop en bij den ander in een hondenkop. Ieder hunner had een lange spreer in de hand.

Die met den visschenkop sprak het eerst.

— Dit, eerwaardige is de speerhei, waar gij, ingevolge de uitspraak van den hellerechter, duizendjarige straf zult ondergaan, gedurende welke gij onafgebroken door de speren die' zich hier heen en weer bewegen zult worden doorboord, waarna gij zult wedergeboren worden op een andere plaats, naar gelang van uw vroegere handelingen.

Daarna sprak de gedaante met den hondenkop.

— Zoo dikwijls, eerwaardige, zich twee speerpunten in uw hart kruisen, weet, dat er dan duizend jaren van uw hellekwaal verloopen zijn.

Nauwelijks had hij dit gezegd of beide demonen zwaaiden hun speer en doorboorden Vajacravas. Als op een ge-

Sluiten