Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik niet heb geopenbaard, laat het niet geopenbaard blijven."

Terwijl hij deze woorden sprak, opende hij de hand en het de bladeren vallen. Daar nu een dezer in mijn nabijheid naar beneden kwam dwarrelen, vatte ik moed en door snel voorwaarls te treden gelukte het mij het blad te vangen eer het den grond had bereikt, zoodat ik het als het ware uit zijn hand ontving — ik verborg dit onwaardeerbare herinneringsteeken aan mijn borst; het was mij een symbool van het weinige, maar eenig noodwendige dat de Volmaakte ons uit zijn onuitputtelijken schat van wijsheid heeft medegedeeld. Tot aan mijn dood heeft het mij niet meer verlaten.

Door die beweging werd de opmerkzaamheid van den Volmaakte op mij gevestigd. Nu boog de reusachtige monnik zich voor den meester en fluisterde hem iets toe, waarop hij nogmaals. naar mij keek en den monnik een wenk gaf.

Deze kwam naar ons toe.

Wij bogen allen diep en ik zeide dat ik, de vróuw van den minister Satagira, eenige geringe gaven voor de heilige orde had medegebracht, waarbij ik het verzoek deed, dat zij gunstig zouden worden aanvaard; evenzoo, dat wij allen waren gekomen om woorden van waarheid te hooren.

— Treed nader, edele vrouwe, zei de monnik — en dadehjk hoorde ik dat het Angulimala was — de Verhevene wil zelf uw gaven in ontvangst nemen.

Wij traden op den Volmaakte toe, bogen diep en groetten hem eerbiedig door beide handen tegen het

Sluiten