Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorhoofd te leggen, doch ik was niet in staat een woord te voorschijn te brengen.

— Uw gaven zijn rijkelijk, edele vrouwe, sprak de Verhevene — en mijn discipelen hebben slechts weinig behoeften. Zij zijn de erfgenamen der waarheid, niet van het gebrek. Maar ook vroegere Buddha's hebben deze gewoonte gevolgd en gaarne gaven ontvangen van vrome aanhangers, om hun de gelegenheid te geven zich te oefenen in de deugd van het aalmoezen schenken.

Want, indien de menschen de vrucht der milddadigheid kenden, zooals ik haar ken, zij zouden wanneer zij nog slechts een handvol rijst bezaten, deze niet verteren, zonder eerst een nog armer mensch er iets van medegegeven te hebben; de gedachte aan eigenbelang die hun geest verdonkert, zou dan van hen wijken. Zoo zij dan uw gave met den dank van Buddha's orde aangenomen als een reine en zuivere gave. Want ik noem het een reine gave, als zoowel hij die geeft als hij die ontvangt er door gelouterd wordt. En wanneer geschiedt dit? Wanneer, Vasitthi, hij die geeft en hij die ontvangt een reine levenswijze leidt en een edelen aard bezit; beiden worden dan gelouterd. Dit is, Vasitthi, de hoogste reinheid eener gave — zulk eene als gij gebracht hebt.

Daarop wendde de Volmaakte zich tot Angulimala:

— Ga, mijn vriend en laat deze gaven bij den voorraad brengen. Maar wijs eerst onze edele gasten hun plaatsen aan bij de treden des tempels, want van daar wil ik de leer verkondigen aan hen die zich heden hier verzameld hebben.

Sluiten