Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En wanneer ik" — zoo vervolgde de Verhevene — „aan de voor mij zittende luisterende verzameling van verscheidene honderden monniken, nonnen en leeken van beiderlei geslacht de leer verkondig, zoo denkt ieder dezer toehoorders: voor mij alleen verkondigt de asceet Gautama de leer. Want ik richt de kracht van mijn geest op ieder vredezoekend gemoed, stel het gerust, bevredig en bevestig het, en op deze wijze volg ik Krishna's zestienduizendeenhonderdvoudige bruidegomsstand na, veredel en voltooi dien.

Het was mij alsof de Verhevene mijn gedachten had geraden en mij een geheimen wenk wilde geven, dat ik mij niet moest inbeelden een begunstigde stelling in te nemen en geen verkeerde ijdelheid in mij te laten opkomen.

En Buddha vertelde nu verder, hoe Krishna naar het geloof onzer voorvaderen, niettegenstaande hij toch de hoogste god was, die de wereld droeg en in stand hield, uit medelijden met de menschen, met een gedeelte van zichzelf den hemel verliet en zich het geboren worden als mensch onder de menschen.

Maar toen hij, de Verhevene, na langen strijd geheel tot de waarheid was gekomen; de zalige, onwrikbare waarheid omtrent de verlossing had verkregen, toen kwam bij hem de begeerte op, in het genot van dezen vrede te kunnen bhjven en de leer niet aan anderen te gaan verkondigen. „Want dit genotzuchtige geslacht" — zoo dacht ik — „zal de bevrijding van alle vormen, de vernietiging van levensvreugde, het genezen van dwaling moeiehjk kunnen begrijpen en van de ver-

Sluiten