Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kondiging der leer zal ik slechts ellende en verdriet hebben. Daarom gevoelde ik de neiging om in mijzelven gekeerd te blijven en de leer niet te verkondigen. Doch nog eenmaal keek ik met ontwaakte oogen om mij heen in de wereld. En evenals men in een lotusvijver lotusrozen ziet die zich onder water ontplooien en beneden den waterspiegel blijven; anderen, die den waterspiegel bereiken en er op blijven drijven; nog anderen, die er zich boven verheffen en niet door het water bevochtigd worden, zoo zag ik in de wereld wezens van een groven aard, van een edelen aard en wezens van den edelsten aard. En ik dacht: wanneer zij de leer niet hooren, gaan zij ten gronde; deze zullen de leer begrijpen. En uit medehjden met de menschen besloot ik voorloopig af te zien van het ongestoord bezit van den Nirwanavrede en de leer te verkondigen aan de wereld

Zoo volgt een Buddha Krishna's nederdalen uit den hemel en zijn menschworden na, vereenzelvigt zich er mede, verklaart en voltooit het.

Een gevoel van onuitsprekelijke vreugde overkwam mij, want nu meende ik te weten dat Buddha mij rekende onder de lotusrozen die uit de diepte van het water naar de oppervlakte zijn doorgedrongen; dat ik met zijn hulp mij ook er boven zou kunnen verheffen en vrij, onbezoedeld boven het stoffelijke zou komen te staan.

En de Verhevene vertelde van Krishna's heldendaden, waarmede hij de wereld bevrijd had van demonen en booze heerschers; hoe hij de waterslang Kohya bedwong en Arishta, den kobold in Tyreham versloeg; de ver-

Sluiten