Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woestende reuzen Dhenuka en Kishi en den demonenvorst Naraka vernietigde-en de slechte koningen Kamsa " en Laundraka benevens nog andere bloedige tirannen, de schrik van hulpelooze wezens, overwon en doodde en daardoor op verschillende wijzen het treurig lot der menschen verzachtte.

De Verhevene daarentegen bestreed niet de vijanden die van buiten de menschheid bedreigen, maar de demonen in hun binnenste: begeerigheid, haat en dwaling, eigenliefde, wellust en dorst naar het-vergankelijke en hij bevrijdde de menschen niet van deze of gene plaag, maar van het lijden in het algemeen.

En nu sprak de Volmaakte over het hjden; hoe dat altijd en overal het leven volgt als zijn schaduw. Het was mij alsof een zachte hand mijn eigen liefdesmart ophief, haar van mij nam en bij de groote lijdensmassa wierp,, waar zij voor mijn blikken in den algemeenen maalstroom verdween. Diep in mijn binnenste voelde ik, dat waar allen leden, ik geen recht had om gelukkig te zijn. Ik had het geluk genoten; het was ontstaan, had zich ontwikkeld en was vergaan, zooals Buddha ons leerde dat alles in deze wereld door een oorzaak ontstaat om na verloop van korteren of langeren tijd weder te gronde te gaan, en dat juist deze veranderlijkheid, waaruit de onbestendigheid van alles blijkt, de laatste, onoplosbare oorzaak van het hjden is — onoplosbaar, zoolang de begeerte naar het bestaan nog niet is uitgeroeid, maar steeds nieuwe loten zet. Ja, het kwam mij voor dat, evenals ieder wezen reeds door zijn bestaan medeschuldig is aan het hjden dezer wereld,

Sluiten