Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook ik mij dubbel schuldig moest gevoelen, indien ik verschoond werd van smart; ja, dat ik zelfs een drang moest voelen om ook mijn deel te dragen te krijgen. Niet langer kon ik dus mijn eigen lot beklagen, maar wel kwam bij zijn woorden de gedachte in mij op: O, dat toch alle schepselen niet langer mochten hjden! Dat toch dezen heiligen man het werk der verlossing mocht gelukken, zoodat allen, allen verhcht en verzoend, het einde van het lijden mochten bereiken!

En ook over het einde van het lijden en van de wereld, over de oveminning van iederen vorm van bestaan, over het naderen tot een gemoedsrust zonder begeerte, over het genezen van dwaling, over Nirwana sprak de meester nu — zeldzame, wonderbare woorden; over het eenige eiland in de golvende wereldzee, waar de doodsbranding tegen het rotsachtige strand schuimt en waarheen de leer van den Volmaakte als op een veilig vaartuig heenleidt. En hij sprak over gindsche zalige vredesplek, niet zooals iemand meedeelt wat hij van anderen gehoord heeft, van priesters, en evenmin als een dichter die zijn verbeeldingskracht laat werken, maar als iemand die verhaalt wat hijzelf heeft beleefd en aanschouwd.

Doch van wat hij zeide, was er voorzeker veel, wat voor mij, onkundige vrouw, onduidelijk was en wat zelfs voor den meest geleerde niet gemakkelijk te begrijpen moet zijn geweest. Verscheidene gezegden wist ik niet te zamen te brengen; zoo werden zijn en niet-zijn in één adem genoemd; niet-leven en toch geen levenloosheid. Maar ik was te'moede als iemand die een nieuw

Sluiten