Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreugdehemel zooals dien van Krishna, van welken de Volmaakte gesproken had — de plaats waar de geloovigen heenstreefden. En toen ik daaraan dacht, werd ik weemoedig. Want ik kon geen begeerte meer voelen naar een dergelijk paradijsleven, daar een straal van iets oneindig hoogers mijn oog had ontmoet.

En zonder teleurstelling, zonder smart, als kon worden verwacht van iemand wier dierbaarste hoop vervlogen was, hoorde ik de woorden van den Volmaakte:

Ieder levend wezen, al wat ooit is ontstaan, vergaat eenmaal, Ook in het Paradijs, als in een aardschen hof, verdort de bloemenpraal.

ZEVEN EN DERTIGSTE HOOFDSTUK. Het Paradijs verwelkt.

Ja, mijn vriend, herhaalde Vasitthi; zonder eenig gevoel van teleurstelling vernam ik deze woorden, die u zoo ahehoopvernietigend toeklonken, evenals ik zonder smart, ja zelfs met vreugde aanschouw, hoe diezelfde woorden nu hier om ons heen tot werkelijkheid worden. —

Onder Vasitthis vertelling was het verval rondom hen langzaam doch gestadig voortgeschreden en er kon geen de minste twijfel meer zijn, of al deze wezens en hun omgeving kwijnden hun ondergang en volkomen oplossing te gemoet.

De lotusrozen hadden reeds meer dan de helft hunner

Sluiten