Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat hier in het rijk van Brahma harmonie van beweging is, dat deelt zich tot de beneden de sterrengoden verwijlende luchtgoden mede als een harmonie van klanken, en door in dat genot te deelen, laten de hemelsche genieën in het Paradijs deze klanken in hun zalige melodieën weerklinken. Wanneer nu hiervan een zwakke echo tot de aarde doordringt — zoo zwak dat zij slechts gehoord kan worden door het geestehjk oor der verlichten — dan spreken de zieners raadselachtig over de harmonie der sferen en de groote kunstenaars in de muziek geven deze klanken terug, zooals zij ze in hun beziehng hebben opgevangen, en dit is 's menschen hoogste verrukking. Maar zooals het ware zijn zich verhoudt tot het steeds duistere schijnen, zoo is ook de verhouding tusschen het zalig bestaan dezer sterrengoden tot de hoogste menschehjké verrukking over klanken, tonen en melodieën — zoo oneindig veel hooger staat het eerste boven het laatste.

Want dit is juist hun levensgenot, de vreugde van hun zijn.

Die geheele beweging, die ontzaggelijke dans der wereldsystemen omringde een enkel wezen, dat te midden van het wereldal troonde: den honderdduizendvoudigen Brahma, wiens onmetelijke glans alle sterrengoden doordrong en wiens licht zij allen terugkaatsten als evenzoovele spiegels voor zijn heerlijkheid; wiens onuitputtelijke kracht als een nimmer uitdroogende bron aan allen hun beweging mededeelde en in wien alle beweging zich concentreerde.

En dit was hun gemeenschap met den hoogsten god, hun begenadiging, hun zaligheid.

Sluiten