Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik weet niet of ik wellicht verblind ben, maar kunt gij ook bemerken of de glans van den honderdduizendvoudigen Brahma weder toeneemt, Vasitthi?

En na verloop van vijfmaal honderdduizend jaar antwoordde Vasitthi

— De glans van den honderdduizendvoudigen Brahma neemt niet toe, maar neemt voortdurend af.

Als een stuk ijzer, dat witgloeiend is als men het uit den smeltoven neemt, maar weldra roodgloeiend wordt, zoo had ook Brahma's glans nu een roodachtig schijnsel gekregen.

— Ik verwonder mij er over, wat dit wel te beduiden kan hebben, zeide Kamanita.

— Dit beduidt, mijn vriend, dat de glans van den honderdduizendvoudigen Brahma langzamerhand zal worden uitgedoofd.

— Onmogelijk, Vasitthi, onmogelijk! Wat zou er dan wel van al den glans en de heerlijkheid dezer Brahmawereld worden!

— Daar heeft hij aan gedacht, toen hij zeide:

Waar leven is ontstaan, daar is ook eenmaal sterven. Zelfs Brahma's wereld zal, als in een feestlokaal,

haar glans eens moeten derven.

Reeds na verloop van eenige duizenden jaren, volgde Kamanita's angstige, haastige vraag:

— Wie heeft deze vreeselijke, wereldverpletterende woorden geuit?

— Wie anders dan de Verhevene, de kenner der wereld, de Volmaakte-Buddha.

De Pelgrim Kamanita 18

Sluiten