Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna werd Kamanita nadenkend. Een tijdlang — vele millioenen jaren — overwoog hij deze woorden en herinnerde zich daarbij veel en velerlei. Toen zeide hij:

— Reeds eenmaal, o Vasitthi hebt gij in het Westelijke paradijs een woord van Buddha aangehaald, dat voor onze oogen in vervulling is gegaan. En ik herinner mij, hoe gij mij toen een geheele toespraak hebt medegedeeld die hij, de Verhevene, gehouden had. Maar deze wereldverpletterende woorden kwamen er. niet in voor. Zoo hebt gij, Vasitthi, vermoedelijk ook nog andere toespraken van den Volmaakte bijgewoond?

„Verscheidene, mijn vriend. Want meer dan een half jaar heb ik dagelijks in zijn nabijheid doorgebracht. Ja, zijn laatst gesproken woorden heb ik zelfs gehoord.

Kamanita beschouwde haar met bewondering en eerbied.

— Zoo ben ik van gevoelen dat gij, op grond daarvan, in deze geheele Brahmawereld het wezen zijt dat de meeste wijsheid bezit. Want al deze sterrengoden om ons heen zijn ontroerd geworden. Hun schijnsel is ongestadig; zij flikkeren en trillen; ja, zelfs de honderdduizendvoudige. Brahma is onrustig geworden en van zijn verduisterden glans schieten somtijds als het ware toornige bliksems uit. Gij daarentegen straalt rustig uw hcht uit, als een lamp op een windstille plek. En dat de beweging dezer hemellichamen thans hoorbaar is geworden, is ook een teeken van stoornis. Evenals wij eenmaal in het Paradijs aan het strand van den hemelschen Ganga donderklanken en machtige tonen van

Sluiten