Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hoofd en stelde zich over het geheel aan als een krankzinnige.

— Houd goeden moed, mijn gemaal, zei ik; volg mijn raad en niet over drie dagen, neen, nog heden zult gij weder de gunst des konings bezitten en ook niet slechts dit, maar deze gunst zal nog grooter zijn dan te voren.

Satagira richtte zich op en keek mij aan zooals men een natuurwonder beschouwt.

— En wat raadt gij mij daartoe?

— Gij moet opnieuw naar den koning gaan en hem zien over te halen, dat-hij zich naar het Sinsapabosch buiten de stad begeve, ten einde daar bij den ouden Krishnatempel Buddha op te zoeken en hem om raad vragen. Het overige zal vanzelf volgen.

— Gij zijt een verstandige vrouw; in ieder geval is uw raad goed, want deze Buddha moet immers de wijste van alle menschen zijn. En al moge het dan ook niet zulke goede gevolgen hebben als gij denkt, zoo wil ik het toch beproeven.

— Dat de gevolgen niet zullen uitbhjven, antwoordde ik, daar sta ik voor in met mijn eer.

— Ik geloof u, Vasitthi! riep hij uit, terwijl hij opsprong en mijn hand greep. Hoe zou het mogehjk zijn u niet te gelooven? Bij Indra, gij zijt een buitengewone vrouw en ik zie nu in, hoe weinig ik mij vergiste toen ik in mijn onervaren jongelingsjaren, alsof ik een instinct volgde, van heel Kosambi's keur van schoone jonge meisjes slechts u alleen uitkoos en mij zelfs niet door uw koelheid van mijn keus het afbrengen.

De vurigheid waarmede hij mij prees, deed mij bijna

Sluiten