Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevaar, mort mijn volk, schoolt te zamen voor mijn paleis en verlangt dat ik Angulimala onschadelijk zal maken. Dit is het dus wat mij op het hart ligt

— Indien gij, edele Koning, Angulimala thans zaagt, met afgesneden haar en baard, gehuld in den gelen mantel, terwijl hij doodslag, diefstal en leugen heeft afgezworen, tevreden is met een enkelen maaltijd, kuisch is van wandel, deugdzaam en van edelen aard, wat zoudt gij dan met hem willen doen!

— Wij zouden hem dan, o heer, eerbiedig begroeten, voor hem opstaan, hem verzoeken zich neder te zetten en kleeding, spijs en geneesmiddelen, voor in geval van ziekte, van ons te willen aannemen; wij zouden, zooals het behoort, hem onze gunst en bescherming toezeggen. Maar hoe, o heer, kan zulk een ontaard, misdadig schepsel tot dergelijke deugden gelouterd zijn?

Inmiddels bevond de eerwaarde Angulimala zich niet ver van den Verhevene af. ?; Deze wees naar hem en zeide tot koning Udena:

— Daar, edele koning, staat Anguhmala.

's Konings gelaat werd hjkkleurig van angst. Doch nog veel sterker was Satagira's ontsteltenis. Zijn oogen schenen hem uit het hoofd te willen springen, zijn haren rezen ten berge en het koude zweet druppelde hem van 't voorhoofd.

— Wee mij! riep hij uit; ja, dat is inderdaad Anguhmala en ik, ellendige, heb mijn koning verleid om zich in zijn macht te begeven.

Doch ik kon zeer goed zien, dat hij zoo van angst

Sluiten